Eerst was er een droom waarin we met illustratie, in de nacht een verzameling huizen gingen bezoeken. Oude verlaten huizen. Het was rond een uur of drie maar alles was gehuld in het licht zoals het licht in het naderen van de ochtend is. Misschien was de maan groot, zo voelde het wel, alles leek heel waterig. We liepen in een slingerende groep dicht langs de muren, die erg vochtig leken. Op de grond lag puin.
We naderden een vierkant schuin gat in de grond. Je kan op je buik jezelf naar binnen laten glijden maar het gat groeide toen we dichterbij kwamen, niet natuurwetenschappelijk maar gewoon in droomlogica. Ik raak overmoedig en spring er in maar heb vervolgens spijt. Nu is de lucht wel pikzwart. De kamer waar we in staan heeft ruwe wanden als een grot. We kijken uit op vier andere kamers. Er knippert licht, de aangrenzende kamers zijn betegeld maar in slechte staat. 'Ik vind het vooral eng als ze betegeld zijn' en ik grijp de hand van de persoon naast me. De andere mensen lopen vertwijfeld en gespannen rond, alles voelt heel erg beladen. Dan zie ik een figuur voorbij rennen in een van de tegelkamers. Een spotlicht schijnt via het gat boven ons naar binnen. Iedereen duikt weg, sommige mensen proberen zich te begraven, een paar duiken in de plas in het midden. Ik weet niet meer waar ik blijf, vanaf dit moment verdwijn ik als personage in de droom en zie ik slechts nog hoe alle andere mensen zich verstoppen. Dit herhaalt zich een paar maal. De kamer groeit gigantisch en ik zie mensen zich verstoppen in nissen en bogen.
Een persoon heeft zich in het water verstopt, waar hij gewurgd wordt door een grote vis. Er ontstaat een dialoog tussen de vis en hem. Hij zegt 'ha, als ik je stil genoeg hou, krijg je geen water meer door je kieuwen en ga je dood.' De vis spartelt, is veel langer dan hem ook. Maar het lukt de persoon om de vis in een worstelgreep te houden waardoor de vis verslapt. Maar de vis heeft een list en weet meerdere kieuwen uit zich te persen, waardoor hij steeds nieuw adem krijgt. De worsteling begint opnieuw. De vis perst meerdere kieuwen. Vervolgens is hij zo verkieuwd dat hij bijna niet meer uit materie bestaat. Op het moment dat de jongen opgelucht is en ik als toeschouwer ook, trekt een arm hem uit de plas. Ik zie de verbazing op zijn gezicht en schrik wakker.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten