Het was in de namiddag, richting schemer. Ik vertrek vanaf het huis van P. (goede anonimisering van de namen he?) en ik moet door een donkere steeg. De nacht overvalt me, als in, slaat tegen mijn maag aan. Ik moet door een smalle woonwijkstraat en er is een man die ik moet passeren. Hij lijkt op niets te staan wachten en het voelt niet zo tof om dicht bij hem te komen. Ik passeer hem en besef opeens dat ik mijn telefoonoplader wéér ben vergeten. Ik draai mijn fiets onhandig om, in de scherpste bocht die ik kan maken (die alsnog erg flauw is) en ik moet nogmaals de man passeren. Tot mijn opluchting haalt hij boodschappen uit een auto, wat hem tenminste een doel van aanwezigheid geeft. Hij stapt in als ik hem passeer, ik kijk hem aan, in de auto brandt het licht.
Nu is alles opeens extreem onprettig en verwarrend.
De droom heeft niet de normale logica waarin je van locatie naar locatie lijkt te verdwijnen en verschijnen, ik ben echt opeens weg. Voor het eerst heb ik in een droom ook iets van de gigantische verwarring die je in het wakkere leven moet ervaren als je vanuit het niets op een andere locatie bent. Ik sta weer in het huis waar ik vertrok en ik word daar in wakker, als na een black-out. Ik kijk naar mijn handen die opgeheven zijn, alsof ik midden in een verhaal zat. De route van de straat, het opnieuw aanbellen, niets herinner ik me. Ik begin me af te vragen wat nu precies in deze droom, de droom is. Was het fietsen dan niet echt, was er echt sprake van een black out? Zit ik eigenlijk nog op de fiets en fantaseer ik dat ik mijn oplader aan het terugvragen ben? Het wordt me totaal niet duidelijk waar mijn lichaam precies op dat moment is en ik voel me extreem onrustig. Ik probeer me te oriënteren en mezelf te plaatsen en als ik naar buiten kijk zie ik Iggy Pop. Nu ben ik er redelijk zeker van dat dit gedeelte van de droom, een droom is. Iggy Pop stapt door de ruit heen en gaat op de vensterbank liggen. Ik vertel de mensen in huis hoe vreemd het is om opeens te weten dat je droomt doordat Iggy Pop in een Oosterhouts huis op de vensterbank ligt maar niemand anders ziet hem. Ik besluit rationeler om te springen met de situatie en mezelf wakker te maken. Iggy Pop verdwijnt en ik denk nu dus echt dat ik wakker ben. Een vreemde droomspinsel.
P's mama en P. en ik, we gaan aan tafel, er zijn twee onbekenden bij. Een man van in de dertig, zijn haar is rossig en hij heeft een jonge zoon meegenomen, een ziek uitziende knul met een indisch uiterlijk. De jongen zit links van me en ik kijk naar hem. Hij staart naar iets in zijn tomatensoep (weer rood, het tafelkleed is ook vuurrood). Zijn ogen zijn gigantisch, hij opent zijn mond en valt dan dood in de soep. Tot in zijn oren ligt hij in de hete waterigheid, zijn handen in zijn schoot. Ik word extreem misselijk, besef nu volledig dat ik niet wakker ben geworden zoals ik dacht en ik begin te gillen. Dan redeneer ik dat als ik gil in mijn droom, ik misschien ook aan het gillen ben in het bed waar ik in lig en dat het voor de persoon die naast me slaapt niet prettig kan zijn. Ik stop met gillen en ik word nu, echt, wakker.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten